|
De Amstelario 2002, short story
Het is natuurlijk voor iedere deelnemer weer een andere beleving geweest.
Voor mij is het de tweede keer, dat ik de Amstelario rijd en daarmee kan
ik eigenlijk nauwlijks een vergelijk trekken met een 'gemiddelde', zo die
er al zou zijn. Daarom hier een kort verhaaltje over wat momenten tijdens
de voorbereiding van de tocht en uiteraard van tijdens de tocht.
De Motor
De LM2, waar ik in 2000 redelijk soepel op meegedaan heb, begon in
2001 wat olie te verbruiken (1:200) en ook wat andere dingen hadden extra
aandacht nodig. Om dit allemaal op mijn gemak te kunnen doen, kocht ik
er een LM3 bij. De LM3 was ook niet
helemaal zonder werk, maar toen ik er in november achter kwam dat zelfs
de krukas al een 4de overmaat had (jawel, dat soort krukas bestaan meestal
uit 2 delen), ging het gemak er toch wel even vanaf. In de laatste week
voor de AL zat echter alles weer in elkaar. Gooit die motor er toch nog
even een litertje olie uit door de carter ontluchting. Grotendeels op de
gok, heb ik het ontluchtingspotje vervangen en met niet meer dan 30 km
testrit heb ik het er maar opgewaagd (2 liter olie reserve in de tas). |
|
De Start
De nacht voor de start was een slechte nacht. Dat was de vorige keer
ook. Juist als het zo belangrijk is om te slapen ben ik een keer niet moe.
Als ik dan tegen een uur of 11 toch maar opsta, lijkt het wel alsof alleen
grote mokken koffie mij nog door de dag kunnen helpen. Een laatste hazeslaap
tussen 3 en 6 doet wonderen. Alles staat klaar in de achtertuin. Afscheid
en goede reis van de familie en ik ga opweg naar de start. Ik peper mijzelf
goed in dat ik genoeg tijd heb en dat ik vanaf de eerste kilometer (dus
nu al) mijn krachten moet verdelen.
Ruim optijd zet ik mijn motor bij Motortoer
neer. Voor de zekerheid maar een beetje waar wat ruimte is, zodat ik straks
bij de start niet dichtgeparkeerd sta. Een grote groep bekenden van de
vorige keer is er al. Gelukkig ben ik niet de enige die gespannen is. Wie
rookt, lurkt aan een sigaret, wie dat niet doet loopt op en neer tussen
koffie en toilet. |
|
De eerste kilometers
In tegenstelling tot het gebruikelijk gas open bij de start, loopt
het bij mij wat stroef. Vooral ook omdat mijn klok niet goed staat, wordt
ik 10 seconden voor de start nog even geroepen. Daar gaat maanden voorbereiding
door de pot, staat de klok niet goed, .. ongelovelijk. Rustig tuf ik naar
de A10. En dan beginnen de cooldown kilometers de A2 af. Dit is altijd
een goed moment om tot rust te komen.
De eerste post
Na het verlaten van de A2 wordt het oppassen. Ieder moment kan de controle
post opdoemen (dat was vorige keer ook) en door de snelwegrit zit ik zwaar
onder de verwachte doorkomsttijd. Langs de weg stop ik bij een paar zijspannen.
De 'bobber' heeft start problemen en met het laadcircuit klopt iets niet.
Maar het is een af en toe storing dus na ca. 3 minuten rijdt hij weer weg.
Drie minuten? Nou staat die klok alweer verkeerd. Nonchalant loop ik langs
de klok van het Zandhuis-span. En tijdens het starten zet ik de boel weer
op tijd. Wordt het toch weer krap.
Met een paar minuten onder de geplande doorkomsttijd sta ik aan de
koffie bij post 1 in de buurt van Valkenswaard. De een na de ander komt
binnen en niemand heeft haast. Even later vertrek ik samen met Douwe op
weg naar de Ardennen en Eifel.
Het begin van de nacht
Het rijden valt me niet zwaar. De nieuwe Hella lamp met HR H4 -pit
geeft goed licht en ik heb er moeite voor gedaan om hem met bagage goed
af te stellen. Hard rijden is niet nodig, want de wegen zijn goed en de
bochten overzichtelijk. Soms alleen een verradelijk knikje in slaapverwekkende
rechte stukken voor baraque Michel. Je zou d'r zo af kunnen gaan als je
je ogen niet op de weg houdt. De route is opzich eenvoudig te volgen.
In Eupen wordt het een beetje lastig, rechts en dan links moet daar dus
andersom zijn, hoewel de geleerden het hier nog steeds niet over eens zijn.
Na wat mist bij Monchau strijken we neer bij een 24-uurs pomp met een bijzonder
hartelijke ontvangst, jawel, hier is post 2, "Nee hoor", krijgen we te
horen, "dit is post 3". Van de groep die hier staat heeft niemand post
2 gezien (die waren zelf in Eupen rechts links gereden, was dus fout).
Douwe en ik liggen iets voor op schema. En daar voel ik mij altijd wel
prettig bij. Maar tot onze verbazing staan de eerste starters nog lekker
aan de koffie. Nog steeds geen haast dus.
De dageraad
De dageraad is altijd onverwacht. Al een tijd lang merk ik onbewust
dat het zicht op de weg beter wordt, maar net als de vorige keer is het
nu ook weer donker in een dal en over de top van de berg realiseer ik me
dat de dag echt begonnen is. Op de terugreis is er geen dageraad. Tegen
een uur of negen trekt de mist op. Niets is zo erg als 4 uur lang pot dichte
mist op kleine weggetjes.
De geheime posten
Na een korte klim rijd ik over een topje ergens in het Schwarzwald.
In het dal was het nog donker maar tussen de dichte bomen op de top is
de licht grijze lucht te zien. Een voorrangsbord geeft aan dat een kruizing
nadert. He, daar springt een man met een rode lamp op de weg, dan had ik
zojuist dus toch de Amstelario "A" in de berm zien staan. Weer dicht bij
de geplande tijd, staan Douwe en ik alleen met de bemanning van de geheime
post een paar koffietjes te drinken. Koekje d'r bij... en daar komt een
zijspan aan. De Zandhuisjes doen dus ook nog goed mee.
De alpenpassen
Alpenpassen dwingen respect af . Een missertje op die weggetjes wil
je jezelf niet permiteren. Maar als je door de sneeuw toch door de Gotthard
tunnel moet (17 km) dan is dat een behoorlijke domper. Gelukkig hebben
we op de terugreis de Splugenpas nog. Daze pas is lekker bochtig en in
tegestelling tot de Grimsel en Furka en Susten niet zo dramatsch langs
het randje van de afgrond.
Regen
Ik vind altijd dat je met een Guzzi goed in de regen kan rijden. Dat
is een voordeel bij dergelijke lange tochten in het voorjaar. Het laatse
uur, voor de aankomst bij de pont, heb ik in de stortbuien langs het Como
meer gereden. File, file, file alles in de eerste versnelling. Ik was er
ziek van en de Le Mans ook. Stationair lopen deed ie niet meer. |
|
Overstekend wild
Langs bossen velden en bergen rijden we in ons eigen tempo met een
gemiddelde snelheid van 57.5 km/h. Op de rechte stukken pas ik mijn snelheid
aan aan het type weg. Om krachten te sparen wil ik niet steeds remmen voor
een bocht. Bij borden voor een scherpe bocht hang ik wat verder naast de
motor en zonder schakelen schiet het zo voldoende op. Nu ik thuis ben realiseer
ik me dat dit nog een voordeel heeft. In de afdaling van de Bonhomme in
de Vosgès, zie ik in een flits een klein reetje in de berm staan.
In hetzelfde (rustige) tempo stuur ik de motor naar de verste kant van
de weg. Als ik vlakbij ben daalt de spanning, omdat ik verwacht dat het
hert niet meer de weg op komt. En ja hoor, toch wel, !@@#$%^, Ik duik vol
in de rem en op een afstand van 50 cm tot 1 meter vliegt het reetje voorbij.
Om maar even iemand te citeren:"Ja Jan, .... dan weet je weer dat je een
hart hebt". Ondanks het licht en de luidde uitlaten steken herten dus over.
Aankomst
Het gevoel dat je er bent, werkt erg slaapverwekkend. Maar na een uurtje
verhalen van anderen en van de eerdere posten die over de snelweg snel
naar de finish zijn gereden en na de uitreiking van de prijzen is de slaap
weg. Voor de zekerheid neem ik nog een RED BULL, want het heeft ook geen
zin om die hele lading weer mee naar huis terug te brengen.
Als je ook een keer mee wilt doen, dan heb je wellicht iets aan bovenstaande
verhaal.
Jan Sybren Boersma
|
|